ECLI:NL:RBZWB:2016:2263
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire ontslag wegens ernstig plichtsverzuim na vechtpartij
Eiser, werkzaam bij de Veiligheidsregio Zeeland, was betrokken bij een vechtpartij in het centrum van zijn woonplaats, waarna hij door de politie werd aangehouden. Het dagelijks bestuur legde hem de disciplinaire straf van ongevraagd ontslag op wegens vijf gedragingen die ernstig plichtsverzuim vormden.
Eiser voerde onder meer aan dat de processen-verbaal onrechtmatig verkregen bewijs zouden zijn en dat het dagelijks bestuur onvoldoende onderzoek had gedaan. De rechtbank oordeelde dat de processen-verbaal rechtmatig waren verkregen en dat het bestuur een gedegen onderzoek had gedaan, inclusief het opvragen van het volledige politiedossier en het betrekken van verklaringen van meerdere betrokkenen.
De rechtbank stelde vast dat vier van de vijf gedragingen voldoende waren bewezen: het niet onttrekken aan de vechtpartij, onvoldoende de-escalerend optreden, onvoldoende medewerking bij politie, en schade aan dienstvoertuigen. Het niet tijdig melden van het incident werd niet aan eiser verweten. De gedragingen werden als ernstig plichtsverzuim aangemerkt en toerekenbaar aan eiser.
De opgelegde straf van ontslag werd als niet onevenredig beoordeeld, mede gelet op de aard van het plichtsverzuim en de functie van eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het disciplinaire ontslag bevestigd.