ECLI:NL:RBZWB:2016:2606
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot benoeming in tijdelijke functie personeelsmanagementadviseur tijdens reorganisatie
Eiser was tijdelijk tewerkgesteld als personeelsmanagementadviseur (PMA) bij de politie, waarbij de tewerkstelling aanvankelijk was vastgesteld tot 1 januari 2014 en later werd verlengd tot het einde van een reorganisatie. Eiser verzocht benoeming in deze hogere schaal functie, maar de korpschef weigerde dit vanwege het transitieakkoord dat bevorderingen tijdens de reorganisatieperiode beperkt.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef terecht een belangenafweging heeft gemaakt waarbij het zwaarwegende belang van de reorganisatie en het voorkomen van verdringing prevaleert boven het belang van eiser. De periode van ruim 15 maanden tijdelijke tewerkstelling was volgens de rechtbank te kort om het belang van eiser te laten prevaleren.
Het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel en de hardheidsclausule faalde, mede omdat er geen gelijke gevallen waren en het verzoek ging om benoeming en niet om plaatsing binnen het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van de korpschef wordt ongegrond verklaard en het besluit wordt bevestigd.