Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
“Verhoor verdachte(…)
“Vraag: Wat voor een inkomen heb jij?
2. Gemachtigde
6. Standpunt belanghebbende
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
- zijn levensstijl niet in de lijn ligt van het vermeende vermogen van € 1.500.000;
- de aangetroffen hoeveelheid hasj niet van hem is maar hij door een (niet bij name genoemde) derde gedwongen is om de (grote hoeveelheid) hasj op te slaan en hij deze niet zelf ingekocht heeft;
- hij het contante geldbedrag van € 5.000 in bewaring had voor derden.
- hij niet verantwoordelijk is voor de aangetroffen MDMA tijdens de doorzoeking in loods 11;
- de 4.847 XTC-pillen niet van hem waren, maar dat hij deze in loods 11 had gevonden in het gedeelte dat hij onderverhuurde en dat hij deze meegenomen heeft om te voorkomen dat hij daarmee in verband zou worden gebracht.
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep betreffende de IB/PVV, de belastingrente en de boete gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar betreffende de IB/PVV, de belastingrente en de boete;
- vermindert de aanslag IB/PVV tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 600.000 en vermindert de belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de boete tot € 81.000;
- verklaart het beroep ongegrond voor het overige;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: