Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende liet zonnepanelen installeren en vroeg teruggaaf van omzetbelasting aan, maar deed dit te laat. De rechtbank oordeelt dat het verzoek om teruggaaf binnen drie maanden na afloop van het kwartaal moet worden ingediend, wat hier niet is gebeurd. De inspecteur had het aangiftetijdvak aangepast, maar dit kan niet tegen belanghebbende worden gebruikt.
Belanghebbende voerde aan dat hij ondernemer was vanaf het moment van ingebruikneming en dat bij een andere aangiftetijdvakinstelling teruggaaf mogelijk was geweest, maar de rechtbank wijst dit af vanwege de wettelijke termijn. Ook het beroep op een besluit van de staatssecretaris en het Fuchs-arrest leiden niet tot een ander oordeel.
Ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel stelt de rechtbank dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de meerderheidsregel is geschonden. De inspecteur heeft volgens de rechtbank geen onjuiste gedragslijn gevolgd en belanghebbende heeft de bewijslast niet kunnen onderbouwen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis is op 16 augustus 2016 uitgesproken door rechter M.R.T. Pauwels in Breda.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het verzoek om teruggaaf omzetbelasting te laat is ingediend en het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden.