Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[verweerster],
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer en het tegenverzoek
5.De beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak verzocht de werkgever de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van ernstig verwijtbaar handelen en subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer maakte zonder voorafgaande toestemming overuren en gebruikte onwelvoeglijk taalgebruik jegens leidinggevenden, wat leidde tot een conflict en non-actiefstelling.
De kantonrechter oordeelde dat het langdurig maken van overuren zonder toestemming niet ernstig verwijtbaar was, mede omdat dit al vijftien jaar werd gedoogd en slechts sporadisch werd aangesproken. Ook het onwelvoeglijk taalgebruik was kwalijk maar onvoldoende voor ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen.
Wel werd vastgesteld dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord was dat voortzetting van het dienstverband niet van de werkgever kon worden verlangd. Herplaatsing binnen een redelijke termijn was niet mogelijk. De arbeidsovereenkomst werd daarom ontbonden met ingang van 1 juli 2016.
De werknemer kreeg een transitievergoeding van €53.492,53 bruto toegewezen, omdat ernstig verwijtbaar handelen niet was vastgesteld. Een billijke vergoeding werd afgewezen omdat de ontbinding niet het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2016 wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning van een transitievergoeding van €53.492,53 bruto.