ECLI:NL:RBZWB:2016:7121
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid belastingrechter voor voorlopige voorziening uitstel betaling toeristenbelasting
Verzoekster heeft voor de jaren 2013 tot en met 2015 aanslagen toeristenbelasting opgelegd gekregen. Tegen de aanslag over 2013 is eerder geprocedeerd en deze is vernietigd door de rechtbank, waartegen hoger beroep is ingesteld. Voor de aanslagen over 2014 en 2015 is bezwaar gemaakt en verzocht om uitstel van betaling, dat door de invorderingsambtenaar is afgewezen.
Verzoekster heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tot afwijzing van het uitstel van betaling te schorsen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de belastingrechter niet bevoegd is om voorlopige voorzieningen te treffen tegen besluiten over uitstel van betaling van gemeentelijke belastingen, omdat deze bevoegdheid bij de civiele rechter ligt.
Hoewel aanslagen kunnen worden geschorst indien zij onmiskenbaar onrechtmatig zijn opgelegd, oordeelt de voorzieningenrechter dat dit in dit geval niet het geval is. De aanslagen zijn niet lichtvaardig opgelegd en verzoekster is niet onmiskenbaar de verkeerde belastingplichtige. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en de voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd voor zover het verzoek betrekking heeft op het uitstel van betaling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing uitstel betaling toeristenbelasting wordt afgewezen en voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.