Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Infrastructuur en Milieu dat zijn verzoek om nadeelcompensatie over de jaren 2007-2013 afwijst wegens het ontbreken van een causaal verband tussen de openstelling van de Katse Heule en de door hem gestelde schade aan zijn landbouwgewassen.
De minister baseerde zijn besluit op een deskundigenadvies van een schadecommissie, die concludeerde dat de schade waarschijnlijk werd veroorzaakt door bodemstructuur en niet door de openstelling. Eiser voerde aan dat het zoutgehalte in het grondwater door de openstelling is verhoogd, wat schade veroorzaakt, en betwistte de juistheid van de rapporten en opnames van de commissie.
De rechtbank oordeelde dat de minister zich terecht op het deskundigenadvies mocht baseren, omdat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen leverde die de juistheid of volledigheid van het advies in twijfel trokken. Wel werd geoordeeld dat de minister ten onrechte geen vergoeding van juridische kosten in de voorprocedure toekende.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de vergoeding van juridische kosten betreft en bepaalde zelf een vergoeding van € 2.782,50 toe. Tevens werd het griffierecht en proceskosten aan eiser toegekend. Het beroep werd gegrond verklaard, het overige deel van het besluit bleef in stand.