ECLI:NL:RVS:2019:224
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.C. Kranenburg
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie wegens geen causaal verband met openstelling Katse Heule
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de minister van een verzoek om nadeelcompensatie voor gewasschade op landbouwgronden gelegen aan het Veerse Meer. Appellant stelt dat de openstelling van het doorlaatmiddel Katse Heule in de Zandkreekdam heeft geleid tot verzilting van bodem en grondwater, wat de opbrengst van zijn gewassen heeft verminderd.
De rechtbank had het verzoek van appellant reeds afgewezen omdat geen causaal verband was aangetoond. Appellant bracht in hoger beroep aanvullend onderzoek in, waaronder een rapport van Arcadis dat kritiek uitte op eerdere onderzoeken van Aequator en AGROWA. Hij stelde dat de minister onvolledig onderzoek had gedaan en dat er wel degelijk een verband bestaat tussen de openstelling van de Katse Heule en de gewasschade.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het dossier en de ingebrachte rapporten uitgebreid bestudeerd en concludeert dat de minister zijn besluit heeft gebaseerd op een degelijk en onderbouwd deskundigenadvies. De door appellant aangevoerde rapporten bieden onvoldoende concrete aanknopingspunten om het advies van de minister in twijfel te trekken. Onder meer Deltares heeft aangetoond dat de zoutwatertong onder de percelen al bestond vóór de openstelling van de Katse Heule en dat het zoutgehalte in de bodem niet recentelijk is toegenomen.
De Afdeling oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de openstelling van de Katse Heule de oorzaak is van de gewasschade. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie wordt bevestigd.