Uitspraak
200903184/1/H2) van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van dat advies naar voren zijn gebracht.
Raad van State
De zaak betreft een verzoek van een landbouwondernemer om nadeelcompensatie vanwege schade aan gewassen door vermeende verzilting van de bodem na ingebruikname van een doorlaatmiddel in het Veerse Meer. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de rechtbank Middelburg het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg nader onderzoek te verrichten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het deskundigenadvies waarop de staatssecretaris zich baseerde voldoende onderbouwd en objectief is. Dit advies concludeert dat geen causaal verband is aangetoond tussen de schade aan de gewassen en de openstelling van het doorlaatmiddel in de periode 2004-2006. Rapporten van andere deskundigen, die later onderzoek deden, bieden geen aanleiding tot twijfel aan dit advies voor de betreffende periode.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Wel wordt opgemerkt dat de latere rapporten relevant kunnen zijn voor eventuele toekomstige verzoeken over schade na 2006. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van nadeelcompensatie wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van causaal verband.