Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
uitspraak op bezwaarschrift’.Daarin is vermeld dat de bezwaren tegen de in 1.1 vermelde beschikkingen ongegrond worden verklaard.
2.Feiten
3.Geschil
- Is de correctie terecht?
- Is de boete terecht en tot het juiste bedrag opgelegd?
4.Beoordeling van het geschil
- Klantenrisico 0,75%
- Vertrek [B] 1,00%
- Management-/directierisico 1,00%
- Na-ijleffect economie (afr.)
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer BRE 15/3131 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep met zaaknummer BRE 16/8631 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2010 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.834.930 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 46.517;
- vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- vernietigt de boetebeschikking;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 3.462;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding aan belanghebbende van immateriële schade, vastgesteld op € 1.500;
- wijst het verzoek om vergoeding van overige schade af;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 46 (in de zaak met nummer BRE 16/8631) aan hem vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: