Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is eigenaar van een woning en kreeg naast aanslagen voor riool- en afvalstoffenheffing ook een aanslag forensenbelasting opgelegd. Hij betwistte de forensenbelasting omdat inwoners van de gemeente deze niet betalen en stelde dat hij minder gebruik maakt van gemeentelijke voorzieningen.
De rechtbank overwoog dat het onderscheid tussen inwoners en niet-inwoners gebaseerd is op een formele wet (Gemeentewet) en daarom niet getoetst kan worden aan het discriminatieverbod in de Grondwet. Wel is toetsing aan internationale discriminatieverboden mogelijk, waarbij ruime beoordelingsvrijheid aan de wetgever toekomt.
De rechtbank achtte het onderscheid binnen die beoordelingsvrijheid passend, mede omdat de gemeentefondsbijdrage mede afhankelijk is van het aantal inwoners. Ook het gelijktijdig heffen van forensenbelasting en andere gemeentelijke heffingen is toegestaan volgens jurisprudentie. De forensenbelasting is geen bestemmingsbelasting, waardoor geen directe relatie met profijt van voorzieningen hoeft te bestaan.
De klachten over verwaarlozing van voorzieningen in de straat van belanghebbende konden daarom niet leiden tot vernietiging of vermindering van de aanslag. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag forensenbelasting is ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.