Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak van een gastouder die werd verdacht van doodslag op een 4 maanden oude baby, overleden aan de gevolgen van het shaken baby syndroom. Het letsel bestond uit een subduraal hematoom, hersenschade en uitgebreide netvliesbloedingen, veroorzaakt door heftig uitwendig mechanisch geweld. Diverse deskundigen concludeerden dat het letsel niet accidenteel was en werd toegebracht door schudden.
De verdediging voerde aan dat het letsel ook door andere oorzaken kon zijn ontstaan, zoals een vaatmalformatie of stollingsstoornis, en dat het letsel mogelijk niet op de dag van het incident was toegebracht. Daarnaast stelde de verdediging dat ook andere personen bij het kind aanwezig waren geweest en het letsel hadden kunnen veroorzaken. De rechtbank oordeelde dat deze alternatieve oorzaken en scenario's onvoldoende waren onderbouwd en dat het letsel op de dag van het incident was ontstaan, waarbij verdachte de enige aanwezige persoon was.
Hoewel het feitelijk vaststond dat het letsel door verdachte was toegebracht, achtte de rechtbank het niet overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk handelde met het oogmerk of de aanmerkelijke kans op de dood van het kind. Verdachte handelde volgens eigen verklaring in paniek en met de intentie het kind bij bewustzijn te krijgen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van doodslag.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van doodslag wegens onvoldoende bewijs voor opzet ondanks vaststelling van toegebracht letsel.