Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen (HR 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR2342 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2012:BR2342), HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:963), HR 23 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2761 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:2761) en ECLI:NL:HR:2016:2907).
althans indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
of omstreeksde avond/nacht van 26 op 27 februari 2016 te Zundert, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer] meermalen,
althans eenmaal,met een hamer,
althans een dergelijk hard voorwerp,op en
/oftegen het hoofd te slaan;
Hijop
of omstreeks27 februari 2016 te Zundert met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
onder meer één ofmeerdere televisies en
/ofeen gsm en
/ofeen voertuig (Citroën Berlingo),
in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten deletoebehorende
aan [slachtoffer] , in elk gevalaan een ander of anderen dan aan verdachte;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder feit 1 primair tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 12 jaar;