ECLI:NL:RBZWB:2018:2087
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding voor kosten juridische bijstand bij re-integratie na onrechtmatig loonsanctiebesluit
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar schadeverzoek deels af te wijzen, specifiek de kosten voor juridische bijstand bij de re-integratie. Het geschil betreft een onrechtmatig loonsanctiebesluit van het UWV dat door de Centrale Raad van Beroep werd vernietigd en herroepen.
De rechtbank stelt vast dat het UWV aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het onrechtmatige besluit, maar dat vergoeding van kosten voor juridische bijstand alleen mogelijk is indien deze kosten noodzakelijk waren. Eiseres voerde aan dat juridische bijstand nodig was om druk uit te oefenen op het re-integratiebureau.
De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheden van de advocaat ook door eigen medewerkers hadden kunnen worden verricht en dat geen aanwijzingen zijn dat juridische bijstand noodzakelijk was. De enkele stelling dat eiseres voor het eerst met een loonsanctie te maken had, is onvoldoende. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van kosten voor juridische bijstand bij re-integratie wordt afgewezen.