Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV-besluit van 10 november 2017 waarin de mate van zijn arbeidsongeschiktheid op 54,81% werd vastgesteld. De rechtbank heeft het medisch onderzoek van verzekeringsartsen van het UWV beoordeeld, die op zorgvuldige wijze de beperkingen van eiser hebben vastgesteld, waaronder visusproblemen en hoofdpijn.
De verzekeringsartsen hebben eiser onderzocht en hun bevindingen vastgelegd in Functionele Mogelijkheden Lijsten (FML). De rechtbank acht deze rapportages betrouwbaar en concludeert dat de beperkingen niet zijn onderschat. Eiser heeft geen recente medische informatie overgelegd die het oordeel zou kunnen weerleggen.
Daarnaast heeft een arbeidsdeskundige functies geselecteerd die passend zijn bij de beperkingen van eiser. De rechtbank oordeelt dat deze functies geschikt zijn en dat de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid op 54,81% terecht is vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten of schadevergoedingen toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter G.M.J. Kok op 12 juli 2018.