ECLI:NL:CRVB:2021:1092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling arbeidsongeschiktheid op 54,82% door UWV in WIA-zaak
Appellant, werkzaam als mechanic technician machine bediende, meldde zich ziek met oogklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een medisch en arbeidskundig onderzoek de arbeidsongeschiktheid vast op 49,5%, later bij bezwaar verhoogd naar 54,82% met een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen niet waren onderschat. Appellant bracht in hoger beroep nieuwe medische informatie in, maar deze betrof een later tijdstip en kon de eerdere beoordeling niet ondermijnen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV voldoende gemotiveerd had dat de geselecteerde functies medisch passend waren en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 54,82% arbeidsongeschiktheid door het UWV wordt bevestigd.