Eiser betwistte het besluit van het UWV dat hij volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is en dat zijn WIA-uitkering daarom kan worden voortgezet. De rechtbank onderzocht medische rapporten, waaronder die van verzekeringsartsen en een oogarts, en hield rekening met de specifieke situatie van eiser die slechts één goed functionerend oog heeft.
De medische beoordeling wees uit dat een operatieve ingreep aan het rechteroog een reële behandeloptie is met een redelijke kans op verbetering van de belastbaarheid. Eiser stelde dat deze operatie voor hem geen reële optie is vanwege de risico’s, maar de rechtbank vond dit niet doorslaggevend. De verzekeringsarts concludeerde dat verbetering mogelijk is, waardoor de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.
Een arbeidsdeskundige bevestigde dat op basis van duurzame beperkingen geen volledige arbeidsongeschiktheid kan worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het UWV zich op goede gronden baseerde en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de bezwaar- en beroepsfase langer dan de redelijke termijn had geduurd, waardoor eiser recht heeft op een schadevergoeding van €2.000,-. De rechtbank veroordeelde het UWV en de Staat tot betaling van schadevergoedingen en proceskosten aan eiser.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee het standpunt van het UWV werd bevestigd dat eiser volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is.