ECLI:NL:RBZWB:2018:5169
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herziening en terugvordering uitwonendenbeurs wegens inschrijving op ouderlijk adres
Eiser volgde een HBO-opleiding en ontving een uitwonendenbeurs van DUO. Vanaf 1 september 2016 stond hij echter ingeschreven op hetzelfde adres als zijn ouders, terwijl hij stelde feitelijk op een ander adres te wonen. DUO herzag het recht op studiefinanciering naar de norm voor thuiswonenden en vorderde een bedrag van €2.253,35 terug.
Eiser voerde aan dat hij onterecht werd gekwalificeerd als thuiswonend en beriep zich op de hardheidsclausule wegens onduidelijke informatie en administratieve nalatigheid. De rechtbank oordeelde dat de wetgever in artikel 1.1 en 1.5 van de Wsf 2000 duidelijk voorschrijft dat de inschrijving in de BRP bepalend is voor de woonstatus, ongeacht de feitelijke woonsituatie.
De rechtbank stelde vast dat de regeling juist is toegepast en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is omdat eiser zelf verantwoordelijk is voor correcte inschrijving. De herziening en terugvordering zijn daarom terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de uitwonendenbeurs wordt ongegrond verklaard.