ECLI:NL:RBZWB:2018:517
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing regularisatieverzoeken en dwangsom door Sociale Verzekeringsbank bevestigd
Eiser, werknemer op een Rijnvaartschip, verzocht de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om regularisatieovereenkomsten te sluiten met de Luxemburgse sociale verzekeringsautoriteit voor de jaren 2011 en 2012. De SVB wees deze verzoeken af, onder meer omdat over de belastingaanslag 2012 nog een beroepsprocedure liep. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat de SVB onterecht weigerde en dat er sprake was van strijd met het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de SVB discretionaire bevoegdheid heeft en het vaste beleid volgt om geen regularisatie toe te staan zolang fiscale procedures lopen. Dit beleid werd door de Centrale Raad van Beroep als redelijk beoordeeld. Voor 2011 was het besluit rechtens onaantastbaar en er waren geen nieuwe feiten die herziening rechtvaardigden. Ook het dwangsomverzoek werd afgewezen omdat de SVB binnen de wettelijke termijnen had beslist.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de regularisatieverzoeken en het dwangsomverzoek worden ongegrond verklaard.