ECLI:NL:RBZWB:2018:6149
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang van uitgeprocedeerde vreemdeling met inreisverbod
Eiser, een uitgeprocedeerde vreemdeling zonder verblijfstitel en met een inreisverbod van tien jaar, had beroep ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek om opvang op grond van gemeentelijk beleid en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Hij was inmiddels vertrokken naar het buitenland en verblijft in zijn land van herkomst.
De rechtbank stelde vast dat het beroep betrekking had op twee besluiten: een primair besluit van maart 2017 waarin het college het verzoek op grond van gemeentelijk beleid afwees, en een bestreden besluit waarin bezwaar tegen dat besluit werd afgewezen en tevens werd gesteld dat op grond van de Wmo geen recht op opvang bestaat. De rechtbank oordeelde dat voor zover het ging om het primair besluit de rechtbank onbevoegd was en verwees de zaak door naar de rechtbank Den Haag.
Voor het beroep tegen het tweede besluit stelde de rechtbank vast dat eiser geen procesbelang had omdat hij vanwege het inreisverbod niet naar Nederland kan terugkeren en dus geen opvang kan verkrijgen binnen de gemeente Breda. Gelet hierop verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang vanwege het tienjarige inreisverbod.