Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 16 januari 2019 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Werktijdverkorting
- Eiseres heeft om ontheffing gevraagd vanwege vogelgriep op haar bedrijf;
- In het besluit van 6 november 2017 zegt de minister: vogelgriep vormt geen aanleiding voor het verlenen van ontheffing;
- Eiseres wijst in bezwaar op informatie op de website van de rijksoverheid. Daaruit blijkt dat ontheffing in bijzondere situaties mogelijk is, “bijvoorbeeld na uitbraak van vogelgriep in
- In het bestreden besluit zegt de minister: vogelgriep kan aanleiding zijn voor het verlenen van ontheffing, maar alleen als er sprake is van overheidsingrijpen;
- Eiseres voert in beroep aan dat er in haar geval sprake is van overheidsingrijpen, omdat de NVWA de leghennen heeft geruimd;
- In een reactie op het beroepschrift zegt de minister: eigenlijk kan er alleen ontheffing worden verleend, als er bij bedrijven
uw’ bedrijf specifiek wordt genoemd als voorbeeld van een bijzondere situatie waarin ontheffing wordt verleend. De rechtbank stelt vast dat eiseres de minister in november 2017 op deze tekst heeft gewezen en dat ter zitting door eiseres is gesteld en door de gemachtigde van de minister is erkend dat deze tekst nog steeds op de website van de rijksoverheid staat.
preventiefte ruimen. Dit wordt ondersteund door de verklaring van de dierenarts, die zegt dat de gezondheid en het welzijn van de leghennen op zichzelf geen aanleiding gaven voor de ontruiming. Feitelijk stelt eiseres daarmee dat het handelen van de NVWA op haar bedrijf ook als preventief te beschouwen is. Nu de minister stelt onderscheid te maken tussen
preventiefen
reactiefoverheidshandelen, dient er op dit punt een nadere motivering te volgen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 338,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 549,24.