Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen kansspelbelasting over de jaren 2009, 2010 en 2011, inclusief opgelegde boetes. De aanslagen waren verzonden naar het adres van de ouders van belanghebbende, aangezien belanghebbende was verhuisd naar het buitenland zonder adreswijziging door te geven aan de Belastingdienst.
De rechtbank oordeelde dat de bekendmaking van de aanslagen op een andere geschikte wijze had plaatsgevonden door verzending naar het adres van de ouders, conform artikel 3:41 Awb Pro. Hierdoor was de bezwaartermijn van zes weken op 29 oktober 2011 aangevangen. Het bezwaarschrift van belanghebbende, ingediend in 2018, was daarmee niet tijdig.
Belanghebbende stelde een verschoonbare termijnoverschrijding in omdat hij de aanslagen niet had ontvangen. De rechtbank vond dat dit voor zijn rekening moest blijven, omdat hij geen adreswijziging had doorgegeven en had kunnen verwachten dat correspondentie zou volgen na een vragenbrief van de inspecteur kort voor emigratie.
Ook voor de boetes werd geen ander oordeel gegeven. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen en boetes ongegrond wegens niet-tijdige indiening.