Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
€ 120
€ 681-
3.Proceskosten
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende had voor het jaar 2015 giftenaftrek opgevoerd voor contante donaties aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI), Stichting B. De inspecteur van de Belastingdienst stelde echter dat de contante giften niet aannemelijk waren gemaakt en corrigeerde de aftrek. Belanghebbende voerde bezwaar in tegen deze correctie.
Tijdens de procedure overwoog de rechtbank dat de door belanghebbende overgelegde kwitanties en boekhoudkundige stukken onvoldoende betrouwbaar waren. De documentdeskundige stelde vast dat de kwitanties vermoedelijk achteraf en door dezelfde persoon waren opgemaakt, met diverse gebreken zoals ontbrekende adressen en onvolledige handtekeningen. Ook waren de contante bankopnamen niet te herleiden tot de gestelde giften. Hierdoor kon de rechtbank niet aannemen dat de contante giften daadwerkelijk waren gedaan.
Daarnaast was er een geschil over de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure. De rechtbank stelde vast dat de termijn met twee maanden was overschreden en kende daarom een vergoeding van € 250 toe, de helft van het maximale bedrag, vanwege samenhang met een gelijktijdig behandelde zaak van de partner van belanghebbende.
De rechtbank veroordeelde tevens de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten voor de bezwaarfase, eveneens voor de helft vanwege samenhang met de partnerzaak. Het beroep werd gegrond verklaard voor het deel van de kostenvergoeding, maar ongegrond voor het deel van de giftenaftrek.
Uitkomst: De giftenaftrek voor contante donaties aan Stichting B wordt afgewezen; belanghebbende ontvangt een gedeeltelijke vergoeding van immateriële schade en proceskosten.