Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
nietzo is dat de mogelijkheid van aftrek pas is
ontstaandoor het arrest Fuchs van het Hof van Justitie (of de daaropvolgende reactie(s) van de Staatssecretaris). Het Hof van Justitie legt namelijk het Unierecht ‘slechts’ uit. Met andere woorden, wat in het arrest Fuchs is geoordeeld wordt geacht ook al in het verleden zo te zijn geweest. Met de kennis achteraf had belanghebbende dus destijds – in de aangifte voor het derde kwartaal van 2012 – de aftrek wel al mogen claimen. Dat belanghebbende dat niet gedaan heeft, is begrijpelijk omdat hij het niet wist. Maar dat kan nog niet meebrengen dat aan de eis in artikel 31, eerste lid, van de Wet OB wordt voorbijgegaan dat een verzoek om teruggaaf bij de aangifte voor het desbetreffende tijdvak wordt gedaan. Zogenoemde ‘vervaltermijnen’ dienen namelijk de rechtszekerheid.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;