Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 26 februari 2019 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
Standpunt van het college
Beroepsgronden van eiser
Wettelijk kader
Oordeel van de rechtbank
We hebben incontinentie besproken. Dhr gebruikt materiaal zowel ’s nachts als overdag en in zijn bed ligt een matje. Er is niet gevraagd om zijn bed 2 x in de week te verschonen (…) en wij hebben dat ook niet aangeboden. Dus dit blijft gewoon zo staan. (…) Dhr transpireert, maar 1 x per week is voldoende. Hij heeft ZELF NIET aangegeven dat dit vaker moet gebeuren (…)”. De rechtbank vindt het daarom aannemelijk dat eiser met in totaal 30 minuten extra per week voldoende is gecompenseerd voor de extra was en de extra vervuiling. De rechtbank vindt het ook voldoende aannemelijk dat eiser met 60 minuten per week, als hij dat wenst, boodschappen bij de Lidl kan laten doen. Extra tijd hiervoor is daarom niet nodig.
Griffierecht en proceskosten
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept de primaire besluiten 1 en 2;
- bepaalt dat aan eiser huishoudelijke ondersteuning gedurende 5 uur per week wordt toegekend voor de periode tot en met 31 december 2023;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.024,-.