Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“Hij geeft leiding aan een collectief van medewerkers waarvan het karakter van de werkzaamheden van uitvoerende aard is en een hoge mate van variëteit kent in uitvoeringsvormen.
die zelfstandige inzet en inbreng van het team vergt door het kiezen en het (verder) ontwikkelen van specialistische methoden en technieken, beleidsproducten en nieuwe benaderingswijzen, waarbij externe oriëntatie aan de orde is en waarvoor oplossingsrichtingen bekend zijn;
en/of
waarin Specialisten de aanpak van deze problematiek structureel middels directe inzet en inbreng ondersteunen.”
niet eerder verkendeproblematiek op teamniveau nagenoeg niet meer voorkomt. Dit is namelijk op centraal niveau belegd bij de betreffende portefeuillehouders.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de korpschef op binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op eisers aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt de korpschef op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de korpschef in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 525,-.