Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen alle rol-/kantonrechters die betrokken zijn bij de civiele hoofdzaak met zaaknummer 8170224 CV EXPL 19-6993. Dit is het tweede verzoek van verzoeker in deze zaak, nadat een eerder verzoek op 10 maart 2020 reeds niet-ontvankelijk was verklaard vanwege het ontbreken van reactie op een verzoek tot precisering.
De wrakingskamer overweegt dat wraking slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Een wraking van alle rol-/kantonrechters is niet toegestaan, zoals bevestigd door de Hoge Raad. Daarom is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en is een zitting niet nodig.
De wrakingskamer besluit tevens dat een volgend wrakingsverzoek tegen alle rol-/kantonrechters in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen, omdat dit misbruik van het wrakingsmiddel zou zijn. De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
De beslissing is op 26 juni 2020 in het openbaar uitgesproken door voorzitter Peters en leden Van de Sande en Stassen, en griffier Van Wijk. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.