ECLI:NL:RBZWB:2020:3023
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering studiefinanciering wegens onredelijkheid en toepassing hardheidsclausule
Eiser ontving in 2015 ten onrechte studiefinanciering voor een thuiswonende in plaats van een uitwonende, waardoor hij extra moest werken en een bedrag van €1.227,89 boven de bijverdiengrens verdiende. De minister vorderde dit bedrag terug, maar verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat het onredelijk is om eiser dit bedrag terug te laten betalen, omdat de fout bij de minister lag en eiser hierdoor extra heeft moeten werken. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin eiser gelijk kreeg over de studiefinanciering voor 2015.
De rechtbank past de hardheidsclausule toe en vernietigt het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit van 31 augustus 2019 en bepaalt dat de terugvordering vervalt. Tevens wordt de minister opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de terugvordering komt te vervallen.