ECLI:NL:RBZWB:2020:3033
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens ingetrokken verblijfsrecht
Verzoeker, een EU-burger afkomstig uit België, heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een bijstandsuitkering door Orionis, omdat zijn verblijfsrecht in Nederland was ingetrokken. Hij stelde dat hij sinds oktober 2019 als economisch niet-actieve EU-burger in Nederland verbleef en recht had op bijstand.
De voorzieningenrechter overwoog dat Orionis niet zelfstandig kan vaststellen dat verzoeker geen verblijfsrecht heeft, maar hierover in overleg moet treden met de staatssecretaris. Orionis had dit overleg gevoerd met de IND, die aangaf dat het verblijfsrecht was beëindigd en dat verzoeker zich moest melden om rechtmatig verblijf te verkrijgen. Door de coronacrisis was dit echter niet mogelijk, waardoor sprake was van overmacht.
Gezien het voorlopige karakter van de beoordeling en de belangenafweging wees de voorzieningenrechter het verzoek toe, schortte het bestreden besluit en bepaalde dat Orionis voorschotten moest verstrekken ter hoogte van de bijstandsnorm vanaf de datum van het verzoek. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker toegewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van verblijfsrecht en het voorkomen van onredelijke gevolgen voor EU-burgers die door omstandigheden buiten hun schuld tussen wal en schip dreigen te raken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot afwijzing van de bijstandsuitkering wordt geschorst met voorschotbetaling aan verzoeker.