ECLI:NL:RBZWB:2020:4185
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende duidelijkheid verblijfplaats en financiële situatie
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, welke door Werkplein Hart van West-Brabant is afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over zijn woon- en verblijfplaats en financiële situatie.
Eiser stelde dat hij zijn hoofdverblijf in zijn bedrijfsbus heeft en wisselend verblijft bij zijn vriendin of moeder, maar kon dit niet met verifieerbare gegevens onderbouwen. Werkplein merkte op dat uit bankafschriften en verklaringen niet duidelijk werd hoe eiser in zijn levensonderhoud voorzag, mede gezien het ontbreken van omzet uit zijn geregistreerde eenmanszaak.
De rechtbank overwoog dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid op eiser rust en dat hij niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht. De door eiser overgelegde verklaringen waren onvoldoende concreet en de formulieren over wisselende verblijfplaatsen niet volledig ingevuld.
Daarom was het besluit van Werkplein om de bijstandsuitkering te weigeren terecht en berustte dit op een deugdelijke grondslag. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende duidelijkheid over verblijfplaats en financiële situatie.