ECLI:NL:RBZWB:2020:4269
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing rijbewijs na vermoeden ongeschiktheid bestuurder door wegraking
Eiser heeft op 22 mei 2019 een eenzijdig verkeersongeval veroorzaakt waarbij hij tegen een vangrail reed. De politie meldde aan het CBR een vermoeden dat eiser niet langer over de vereiste rijvaardigheid en lichamelijke of geestelijke geschiktheid beschikte. Op basis hiervan legde het CBR een onderzoek naar de rijgeschiktheid op en schorste het de geldigheid van het rijbewijs van eiser.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het CBR ongegrond werd verklaard. Eiser stelde dat het proces-verbaal onvoldoende bewijs bevatte voor het vermoeden van een black-out of wegraking en dat het onderzoek onterecht was opgelegd. De rechtbank oordeelde dat het CBR mocht uitgaan van het proces-verbaal en dat het vermoeden van ongeschiktheid gerechtvaardigd was gezien het gedrag van eiser en eerdere soortgelijke aanvallen.
De rechtbank stelde vast dat het CBR het besluit zorgvuldig had voorbereid met medisch advies en dat er geen ruimte was voor een belangenafweging bij het opleggen van het onderzoek en de schorsing van het rijbewijs. Het feit dat het onderzoek later uitwees dat eiser geschikt was om te rijden, deed hieraan niet af. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de schorsing van zijn rijbewijs en het opleggen van een onderzoek is ongegrond verklaard.