ECLI:NL:RBZWB:2020:4745
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens bijschrijvingen op bankrekening
Eisers ontvangen sinds 2009 bijstand en werden geconfronteerd met een herziening en intrekking van hun uitkering over de periode februari tot april 2019 vanwege bijschrijvingen op hun bankrekening door hun dochter. De bedragen betroffen onder meer € 3.500,- en € 1.000,- met omschrijvingen als 'Rijles' en 'Rijbewijs kosten'. Eisers stelden dat deze bedragen geen middelen waren waarover zij konden beschikken en dat de dochter het geld niet aan hen beschikbaar had gesteld.
De rechtbank overweegt dat het niet aan eisers is om de betekenis van de bijschrijvingen vast te stellen, maar aan het college. Volgens vaste rechtspraak worden kasstortingen en bijschrijvingen op de rekening van een bijstandontvanger in beginsel als middelen beschouwd. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de bedragen niet als middelen gelden, mede omdat de verklaringen achteraf zijn opgesteld en niet worden ondersteund door objectieve gegevens.
Eisers voerden ook aan dat terugvordering onevenredig zou zijn vanwege hun financiële situatie, maar de rechtbank stelt dat dringende redenen daartoe slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen bestaan en dat daarvan geen sprake is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit tot herziening, intrekking en terugvordering blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herziening en intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.