Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en woonde op een adres waar ook haar meerderjarige dochter stond ingeschreven. Na een herbeoordeling heeft het college de kostendelersnorm toegepast met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2016, omdat de dochter geen studiefinanciering meer ontving. Hierdoor werd de bijstand van appellante verlaagd en werd een bedrag teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat zij niet hoefde te melden dat haar dochter geen studiefinanciering meer ontving, omdat de dochter niet meer op het adres woonde. De Raad oordeelde dat de dochter wel degelijk hoofdverblijf had op het uitkeringsadres volgens de basisregistratie personen en dat het college terecht de kostendelersnorm toepaste. Het college had echter ten onrechte afgezien van het horen van appellante bij het bezwaar, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat appellante in beroep en hoger beroep haar standpunten kon toelichten.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Ook de terugvordering van de teveel ontvangen bijstand werd gegrond verklaard, omdat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden. Dringende redenen om van terugvordering af te zien werden niet aannemelijk gemaakt. Het college werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en de terugvordering van bijstand wegens niet-melding van het wegvallen van studiefinanciering.