Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2020 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [naam woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Wij zouden graag willen dat de gemeente maatregelen neemt om aan deze onveilige en onrechtmatige situatie een einde te maken”. Bij e-mail van 18 april 2019 heeft eiseres wederom overlast gemeld en haar melding afgesloten met “
Ik wil u nogmaals met klem vragen te handhaven.” Deze e-mail heeft het college opgevat als handhavingsverzoek.
Op constructieve [de rechtbank begrijpt: op constructieve elementen] zowel als brandveiligheid heb ik geen ernstige strijdigheden geconstateerd (…) Ik heb de hoofdbewoner geadviseerd die groepen(elektra) uit te zetten welke niet in gebruik zijn. Ook heb ik geadviseerd enkele rookmelders op te hangen (…) Op de eerste verdieping achter heb ik twee lekkende dakkoepels gezien waar het water wordt opgevangen in twee ligbaden welke regelmatig worden geleegd. Er zijn diverse vluchtmogelijkheden in het pand zowel voor als achter (…) In beginsel werd het huishoudelijk afval in het pand opgeslagen wegens het ontbreken van afval containers inmiddels is dit afval tussentijds opgeruimd (…)”. Bij brief van 8 oktober 2019 heeft het college aan een gebruiker van het buurpand een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom gestuurd. In de daarbij gevoegde concept-last onder dwangsom is opgesomd dat de voorschriften in de artikelen 7.21, 7.22, 6.2, vierde lid, 6.21 en 6.22 van het Bouwbesluit 2012 worden overtreden. Aan de concept-last onder dwangsom is een rapportage van een controle door de brandweer op 29 augustus 2019 ten grondslag gelegd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover niet tijdig is besloten op het bezwaar;
- stelt vast dat het college als gevolg van het niet tijdig beslissen op het bezwaar een dwangsom heeft verbeurd van in totaal € 1.442,00;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 178,00 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
www.rechtspraak.nl.