Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten en griffierecht
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, investeerde in 2014 in een mestverwerkingsinstallatie en vroeg milieu-investeringsaftrek (MIA) aan. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden van de Milieulijst 2014, met name vanwege de toepassing van een mestvergistingsinstallatie waarbij covergistingsproducten worden toegevoegd.
Na bezwaar en beroep onderzocht de rechtbank de situatie. De mestvergistingsinstallatie en mestverwerkingsinstallatie zijn afzonderlijke installaties, maar de mest wordt vloeibaar van de vergistingsinstallatie naar de verwerkingsinstallatie gepompt, waardoor de mestvergistingsinstallatie als toegepast bij de verwerkingsinstallatie wordt beschouwd. Dit is in strijd met de voorwaarden van de Milieulijst 2014.
De rechtbank verwierp het standpunt van belanghebbende dat de mestvergistingsinstallatie geen onderdeel is van de mestverwerkingsinstallatie. Ook de stelling dat de stikstofhoudende concentraten niet nuttig worden toegepast werd niet meer behandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de mestvergistingsinstallatie met covergistingsproducten wordt toegepast, waardoor geen recht op milieu-investeringsaftrek bestaat.