Verzoeker, houder van een rijbewijs voor meerdere categorieën, werd in maart 2020 aangehouden onder invloed van cannabis met een THC-gehalte van 12 microgram per liter bloed. Na meerdere aanhoudingen en een psychiatrisch onderzoek waarbij de diagnose drugsmisbruik werd gesteld, verklaarde het CBR zijn rijbewijs ongeldig. Verzoeker voerde aan dat zijn cannabisgebruik medisch was vanwege Multiple Sclerose en dat dit niet in het rapport was meegenomen. Hij vroeg om schorsing van het besluit in afwachting van een tweede onderzoek, dat hij niet had aangevraagd vanwege kosten.
De voorzieningenrechter overwoog dat medicinaal gebruik alleen geldt bij voorschrift en apotheekverstrekking, wat hier niet het geval was. De diagnose drugsmisbruik was onderbouwd en het CBR was gebonden aan de wettelijke regeling die ongeldigverklaring voorschrijft bij deze diagnose. Verzoeker had onvoldoende bewijs geleverd van spoedeisend belang en kon het besluit op bezwaar niet afwachten vanwege financiële omstandigheden, maar de rechter gaf hem het voordeel van de twijfel en beoordeelde de zaak inhoudelijk.
De rechter concludeerde dat het CBR het rapport terecht als grondslag gebruikte en dat het besluit naar verwachting in bezwaar standhoudt. Daarom was geen aanleiding voor een voorlopige voorziening en werd het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.