Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- op 6 mei 2016 [aangever] al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (feit 1) en wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd (feit 2);
- op 9 januari 2016 1 kilogram cocaïne heeft vervoerd (feit 3);
- op 15 november 2016 1146 gram cocaïne voorhanden heeft gehad (feit 4).
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
(de rechtbank begrijpt: Arosa)met aangever naar het clubhuis van Eindhoven zijn gereden. Onderweg ging de auto stuk en zijn zij overgestapt op een wit bestelbusje van de president van Eindhoven. Het betrof het busje van [naam 8] . De eigenaar van het restaurant waar zij onderweg stopten kwam op de parkeerplaats naar aangever toegelopen en vroeg wat er gebeurd was. Hij had gezegd dat hij was gevallen met de motor. Ook deze onderdelen van de verklaringen worden door objectieve bewijsmiddelen ondersteund.
[naam 14]) en de president en vicepresident van [naam 1] , [naam 15] , wordt ondersteund door camerabeelden. Uit onderzoek naar de camerabeelden van het [naam 2] bleek dat er op 8 mei 2016 omstreeks 17:14 uur een groep van vijf personen richting het ziekenhuis liep, waarvan er drie gekleed waren in hesjes van [naam 1] .
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 15 maanden;