Eiser, voormalig industrieel schoonmaker, heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd omdat hij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek niet volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. De primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) hebben vastgesteld dat eiser geen benutbare beperkingen heeft die recht geven op een WIA-uitkering. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 15 augustus 2019 is als actueel en passend beoordeeld.
Eiser heeft aangevoerd dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld, onder meer vanwege fysieke, psychische klachten en slaapproblemen, maar deze zijn niet geobjectiveerd en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank volgt het oordeel van de verzekeringsartsen dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld en dat de toegenomen klachten passen bij deconditionering.
De arbeidsdeskundige heeft functies geselecteerd die passen bij de FML, en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij deze functies niet kan vervullen. De berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid op basis van deze functies leidt tot 0%, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestaat. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.