ECLI:NL:RBZWB:2021:2793
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende inlichtingenplicht
Verzoeker heeft een bijstandsuitkering aangevraagd die door het college van burgemeester en wethouders van Breda is afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van zijn recht op bijstand. Het college had verzoeker gevraagd om nadere informatie over zijn activiteiten op Marktplaats, waaronder een overzicht van advertenties en opbrengsten, omdat vermoed werd dat er sprake was van handel en niet slechts incidentele verkoop van privégoederen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende informatie had verstrekt om zijn recht op bijstand aannemelijk te maken. Verzoeker had niet kunnen aantonen dat zijn activiteiten op Marktplaats incidenteel waren en had geen volledige en verifieerbare administratie overgelegd. Het college had verzoeker voldoende gelegenheid gegeven om de gevraagde informatie te verstrekken.
Verzoeker stelde dat hij te weinig tijd had gekregen, maar dit werd niet gegrond verklaard. Ook het beroep op dringende redenen werd verworpen omdat niet was voldaan aan de strenge criteria voor een acute noodsituatie. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, en het bestreden besluit zal naar verwachting standhouden bij heroverweging in bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker onvoldoende informatie verstrekte over zijn handelsactiviteiten, waardoor zijn recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.