Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(hierna aan te duiden als: [slachtoffer] ),al dan niet met voorbedachte raad, van het leven heeft beroofd door haar met meerdere messen meerdere keren te steken.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
“Ik ben ondertussen grotendeels over [naam 1] heen maar dat het uit ging tussen [slachtoffer] en mij was de druppel.” “Mijn hart zou het niet aan kunnen om haar ooit met een ander te zien en om te weten dat hun doen wat wij ooit samen deden.” “Ik zag geen andere uitweg, mijn hoofd vulden zich continu met vreselijke gedachtes die ik me niet voor wilde stellen, ik ging kapot door die gedachtes.” “Ik hoop dat ik nu ik dood ben eindelijk wel rust heb.”Deze brief is later door verdachte verwijderd van zijn telefoon
.
“Je liegt tegen me over jongens.” “ Er is iets gebeurd in Rennesse waarom je het hebt uitgemaakt.” “Ik kan je niet met een ander zien.” “IF I CANNOT HAVE YOU NO ONE CAN. Je zegt nu dat je het niet weet wie je leuker vind, hij of mij. Dit is het. Het spijt me, je moet dood voordat het te laat is.”Deze notitie heeft verdachte later verwijderd.
“niet vergeten”.De inhoud van de notitie luidt: “
De riem, het mes, (condooms?)”Ook deze notitie is door verdachte op een later tijdstip verwijderd.
Laat pls gwn maandag zien”en later nog:
“O nee ik bedoel op school niet bij mij thuis”.
“niet vergeten”,op 19 augustus 2019 naar het huis van [slachtoffer] gegaan en heeft hij haar met dit mes om het leven gebracht. Haar dood wordt ten slotte omschreven in de notitie van 7 augustus 2019. Ondanks deze sterke aanwijzingen is de rechtbank van oordeel dat er voor voorbedachte raad - en daarmee voor moord - onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Het feit dat het delict een lange aanloop lijkt te hebben gehad, rechtvaardigt op zichzelf niet de conclusie dat er sprake is geweest van voorbedachte raad. Daarnaast kan de rechtbank het scenario dat verdachte die bewuste maandag naar [slachtoffer] toe is gegaan met het plan om zijn relatie met haar weer te herstellen, waarna hij, na toch door haar te zijn afgewezen of door een andere onbekend gebleven gebeurtenis, vanuit een min of meer plotselinge gemoedsbeweging de keuze heeft gemaakt om haar van het leven te beroven, in onvoldoende mate uitsluiten. Bij dat oordeel kent de rechtbank gewicht toe aan het feit dat verdachte in zijn ‘niet vergeten-notitie’ ook condooms had opgenomen en de dag van het incident een bloemist heeft gebeld.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
27 februari 2020. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Hij zal dan ook worden aangemerkt als first offender.
De Catamaran hem afwijst, dan ziet de Raad geen andere optie dan een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.
7.De benadeelde partij
€ 55.482,81, bestaande uit:
Kosten lijkbezorging
Medische kosten, parkeer- en reiskosten i.v.m. behandeling en kosten opstellen beoordelingsrapport psycholoog [naam 3]
Toekomstige medische kosten en parkeer- en reiskosten i.v.m. behandeling
[vader slachtoffer]een schadevergoeding betalen van in totaal
€ 53.593,27, waarvan € 13.593,27 aan materiële schade en € 40.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 augustus 2019;
[moeder slachtoffer]een schadevergoeding betalen van in totaal € 56.117,45, waarvan € 16.117,45 aan materiële schade en € 40.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 augustus 2019.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een jeugddetentie van twee jaar;
plaatsingvan verdachte
in een inrichting voor jeugdigen;