Eisers ontvingen sinds 2013 een bijstandsuitkering naast pensioen en WAO-uitkering. Baanbrekers trok de uitkering per 1 oktober 2019 in omdat de inkomsten, inclusief de algemene heffingskorting, hoger waren dan de bijstandsnorm. Tevens vorderde Baanbrekers €4.481,58 terug wegens onverschuldigde bijstand over 2014-2017, omdat eisers belastingteruggaven niet hadden gemeld.
Eisers stelden dat zij een door de gemeente geadviseerde belastingadviseur hadden ingeschakeld die hen niet had geïnformeerd over de meldingsplicht. De rechtbank oordeelde dat het eigen verantwoordelijkheid van eisers blijft om inkomsten te melden, ook als zij een adviseur hebben. De heffingskorting behoort volgens de Participatiewet tot de middelen die op de bijstand in mindering moeten worden gebracht.
De rechtbank concludeerde dat Baanbrekers terecht de uitkering heeft ingetrokken en het teveel betaalde bedrag mag terugvorderen. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.