De inspecteur legde op 2 juli 2020 een aanslag inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen voor 2018 op aan belanghebbende. Namens belanghebbende werd op 10 juli 2020 bezwaar gemaakt tegen deze aanslag. De inspecteur heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, terwijl de beslistermijn uiterlijk op 24 september 2020 verstreek zonder verlenging.
Belanghebbende stelde de inspecteur op 23 november 2020 in gebreke en stuurde op 18 januari 2021 een herinnering. Omdat nog geen uitspraak op bezwaar is gedaan, verklaarde de rechtbank het beroep tegen het niet-tijdig beslissen gegrond. Tevens stelde de rechtbank vast dat de inspecteur een maximale dwangsom van € 1.442 is verschuldigd.
De rechtbank bepaalde dat de inspecteur binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog uitspraak op bezwaar moet doen. Voor elke dag overschrijding wordt een dwangsom van € 100 opgelegd, met een maximum van € 15.000. Daarnaast is recht op wettelijke rente over de dwangsom toegekend indien betaling niet binnen vier weken plaatsvindt. Het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.