De inspecteur heeft aan de wettelijk vertegenwoordiger van belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen voor 2018 opgelegd. Belanghebbende diende op 10 juli 2020 bezwaar in tegen deze aanslag. De inspecteur heeft echter niet binnen de wettelijke beslistermijn van drie maanden een uitspraak op bezwaar gedaan, noch deze termijn verlengd.
De wettelijk vertegenwoordiger stelde de inspecteur meerdere malen in gebreke, maar zonder resultaat. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen kennelijk gegrond is. De inspecteur is inmiddels de maximale dwangsom van €1.442 verschuldigd wegens de overschrijding.
De rechtbank bepaalt dat de inspecteur binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog uitspraak op bezwaar moet doen. Voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, geldt een dwangsom van €100 met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed en bestaat recht op wettelijke rente over de dwangsom indien deze niet tijdig wordt betaald.