Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
1.Registratie uren werknemers
2.2. Marges
3.3. Factuur restaurant [restaurant]
4.Factuur [timmerbedrijf]
5.5. Kasadministratie vennootschap
1 januari 2012 tot en met 31 december 2016 (omzetbelastingnummer [rsin] ).
3.Geschil
4.4. Beoordeling van het geschil
.
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 2.136;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 83;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.917
- gelast dat de inspecteur € 169 van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan haar vergoedt;
- gelast dat de minister € 169 van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan haar vergoedt.
door mr. J.M. van der Vegt, voorzitter, mr. A.J. Kromhout en mr. H.J. Cosijn, rechters, in tegenwoordigheid van J.W.J. van der Heijden, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het Corona-virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
5201 CZ ’s-Hertogenbosch. De rechters die deze uitspraak hebben gedaan, zijn normaal gesproken als raadsheer werkzaam bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Zij zijn in 2021 als rechter-plaatsvervanger gedetacheerd bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Een eventueel hoger beroep moet worden ingediend bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, maar zal worden behandeld door raadsheren van het gerechtshof Den Haag, dat als nevenzittingsplaats van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch is aangewezen.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: