Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende kocht in juni 2018 een perceel en bouwde daarop een woning die in april 2019 werd opgeleverd. Op het dak plaatste hij acht niet-geïntegreerde zonnepanelen die energie opwekken, waarvan overtollige energie wordt teruggeleverd aan een energiemaatschappij. Voor het tijdvak van augustus tot september 2019 deed belanghebbende aangifte omzetbelasting en verzocht om teruggaaf van voorbelasting op de zonnepanelen en later een aanvullende teruggaaf voor een deel van de bouwkosten van de woning.
De inspecteur verleende de eerste teruggaaf maar wees het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvullende teruggaaf af. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende alleen ondernemer is voor de exploitatie van de zonnepanelen en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bouwkosten van de woning uitsluitend zijn gemaakt voor de exploitatie van de zonnepanelen. Er is geen rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de bouwkosten en de belastbare activiteit.
De rechtbank verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 16 juli 2021, waarin is bepaald dat bij gemengd gebruik van een woning het aan belanghebbende is om aannemelijk te maken dat de uitgaven uitsluitend voor de belastbare activiteit zijn gedaan. Dit is niet gelukt. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen aanvullende teruggaaf omzetbelasting toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen rechtstreeks en onmiddellijk verband is aangetoond tussen de bouwkosten van de woning en de exploitatie van zonnepanelen.