Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[subfonds], gevestigd te [plaats] (Verenigde Staten),
1.Motivering
- het jaar 2009 (zaaknummer 18/3954);
- het jaar 2010 (zaaknummer 18/3956);
- het jaar 2011 (zaaknummer 18/3957).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een buiten Nederland gevestigde entiteit die zich op het Unierecht beroept, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2009, 2010 en 2011. De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Na uitnodiging tot nadere motivering van het beroep is geen reactie ontvangen. De rechtbank overweegt dat op grond van het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 voor teruggaafverzoeken vanaf boekjaar 2008 het regime van afdrachtvermindering geldt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering.
Daarom is het beroep ongegrond en bestaat geen recht op teruggaaf of rente. Tevens is onvoldoende onderbouwd dat participanten in het fonds aanspraak kunnen maken op teruggaaf. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de verzoeken af.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de teruggaafverzoeken dividendbelasting worden ongegrond verklaard.