Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
- het jaar 2008 (zaaknummer 17/3122);
- het jaar 2009 (zaaknummer 17/3123);
- het jaar 2010 (zaaknummer 17/3124);
- het jaar 2011 (zaaknummer 17/3125);
- het jaar 2012 (zaaknummer 17/3126).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar waarin verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2008 tot en met 2012 zijn afgewezen. De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Na beantwoording daarvan heeft de rechtbank belanghebbende in de gelegenheid gesteld het beroep nader te motiveren, maar hierop is geen reactie ontvangen.
De rechtbank overweegt dat op grond van het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 voor teruggaafverzoeken vanaf het boekjaar 2008 het regime van de afdrachtvermindering geldt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op grond van de regeling van de afdrachtvermindering, omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn voor de dividendbelasting.
Gelet hierop bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting en evenmin op vergoeding van rente. Daarnaast heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat participanten in het fonds aanspraak kunnen maken op teruggaaf. De beroepen worden daarom kennelijk ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van teruggaafverzoeken dividendbelasting over 2008-2012 worden ongegrond verklaard.