Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2008 tot en met 2012. De verzoeken zijn gebaseerd op het standpunt dat belanghebbende vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi) en daarom recht zou hebben op teruggaaf.
De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Na ontvangst van een verzoek tot nadere motivering van het beroep heeft belanghebbende geen reactie gegeven. De rechtbank overweegt dat op grond van het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 het regime van afdrachtvermindering geldt voor boekjaren vanaf 1 januari 2008.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering, omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn voor dividendbelasting in Nederland. Hierdoor bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting en evenmin op rentevergoeding. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat participanten in het fonds aanspraak kunnen maken op teruggaaf. De beroepen worden daarom kennelijk ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.