ECLI:NL:RBZWB:2021:4233
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking in zorgovereenkomst
Eiser heeft een zorgovereenkomst gesloten met zijn echtgenote waarin hij werkzaamheden verrichtte voor haar verpleging en persoonlijke verzorging. Hij vroeg een WW-uitkering aan na het overlijden van zijn echtgenote, maar het UWV wees deze af omdat geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De rechtbank toetste of eiser als werknemer kon worden aangemerkt volgens artikel 3, eerste lid, van de WW. Dit vereist onder meer een gezagsverhouding, loonbetaling en persoonlijke arbeid. Hoewel de zorgovereenkomst een verplichting tot persoonlijke arbeid bevatte, ontbraken essentiële elementen van een arbeidsovereenkomst zoals CAO-toepasselijkheid, werktijden en ziekmelding. Ook was de overeenkomst expliciet geen arbeidsovereenkomst.
De rechtbank concludeerde dat de familieband en de feitelijke omstandigheden geen gezagsverhouding aannemelijk maakten. De wijze van beloning en het ontbreken van premies werknemersverzekeringen ondersteunden dit oordeel. De zorgrelatie was niet vergelijkbaar met een reguliere arbeidsrelatie. Daarom was eiser geen werknemer in de zin van de WW en had hij geen recht op een WW-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en hij geen recht heeft op een WW-uitkering.