Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
- het jaar 2005/2006 (zaaknummer 16/9498);
- het jaar 2006/2007 (zaaknummer 16/9502);
- het jaar 2007/2008 (zaaknummer 16/10549).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de boekjaren 2005/2006, 2006/2007 en 2007/2008. De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Na verzoek om nadere motivering en instemming met een vervangende betaling, ontving de rechtbank geen reactie van belanghebbende. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht de teruggaafverzoeken heeft afgewezen, omdat belanghebbende niet heeft ingestemd met de vervangende betaling zoals vereist onder het overgangsrecht.
Daarnaast faalt het beroep op een drukvergelijking met Nederlandse lichamen en participanten, omdat geen juiste berekeningen zijn overgelegd en de vergelijking niet relevant is voor het teruggaafrecht. Ook is geen recht op rentevergoeding over de ingehouden dividendbelasting aanwezig. De beroepen worden daarom kennelijk ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de teruggaafverzoeken dividendbelasting worden ongegrond verklaard.